Peter Verschuren beleidscommunicatie
Tien tips voor een overtuigend beleidsstuk

1 Vraag door tot de opdracht helder is
Wat is het onderwerp precies? Hoe breed of smal moet het behandeld
worden? Is de conclusie al duidelijk en moet hij onderbouwd worden? Of gaat
het om het schetsen van varianten waaruit gekozen wordt?

2 Bedenk voor wie je het stuk schrijft
Een stuk moet vaak meerdere lagen passeren voordat het aangenomen is.
Houd daar vanaf het begin rekening mee. Breng het krachtenveld in beeld:
wie heeft de belangrijkste stem? Van wie is de zwaarste weerstand te
verwachten? Wat zit er achter die weerstand en met welke informatie
doorbreek je hem? In hoeverre zijn de lezers de op de hoogte van de
materie? Kennen ze de voorgeschiedenis, of moet je die in het stuk
weergeven?

3 Structureer
Geef in de inleiding aan waarom je deze tekst schrijft en vertel de
lezer wat hij verderop tegenkomt. In de kern van je stuk staan je
boodschap, de toelichting erop en de onderbouwing ervan. Aan het
eind rond je het verhaal af en wijs je de lezer waar hij eventuele
aanvullende informatie kan vinden. Zorg voor een logische indeling,
waarbij je de verschillende aspecten steeds volledig behandelt,
zodat je er verderop niet op terug hoeft te komen. Help de lezer het
stuk door: met veel sprekende tussenkopjes. In elke alinea begin je
met de kern van de boodschap. Daarna volgen toelichting en
onderbouwing.

4 Vermijd zijpaden
Neem de lezer bij de hand en leid hem in een rechte lijn naar de
conclusies. Vermijd de valkuil om met uitweidingen over aanpalende
zaken te laten zien hoeveel je er van weet: kijk kritisch naar de
relevantie van de informatie die je geeft. Zijpaden zijn doodlopende
wegen die de lezer in verwarring brengen.

5 Geblokkeerd? Haal er een leek bij
Soms schuurt en wringt de tekst en krijg je hem niet strak en
logisch. Vraag dan een buitenstaander hem kritisch te lezen. Kies
hiervoor wel iemand die eerlijk en zonder schroom vertelt wat hij
vindt.

6 Houd het leesbaar
Alinea's zijn maximaal tien regels lang en worden van elkaar
gescheiden door een witregel. Wissel korte en lange zinnen af. Een
goed gemiddelde komt uit rond de vijftien woorden per zin. Voorkom
een reeks korte woorden achter elkaar. Presenteer opsommingen van
meer dan drie delen in losse regels onder elkaar. Verbind zinnen met
elkaar door veel signaalwoorden te gebruiken: daardoor, hoewel,
bovendien etc.

7 Schrijf correct Nederlands
In teksten die gaandeweg het proces vaak aangepast worden,
sluipen snel foutjes. Laat iemand de definitieve versie rustig nalezen
- uitgedraaid op papier. Wees extra alert op 'domme' fouten: d/t-
missers bijvoorbeeld. Ze halen de waarde van het hele stuk omlaag.
Vermijd tangconstructies. Dus niet: 'de door de beleidsmedewerker
helder geschreven en logisch opgebouwde tekst...'
Een goede taal- en spellinghulp is te vinden op www.woordenlijst.org

8 Blijf rustig
Een besluitvormingsproces verloopt lang niet altijd volgens de regels
van rede en logica. Leg je daarbij  neer. Blijf relaxed als je  kritische
opmerkingen krijgt waaruit blijkt dat men de tekst slecht gelezen
heeft. Kleine aanpassingen zijn dan al gauw genoeg: een beter
humeur bij de beslissers moet de rest doen.

9 Evalueer
Volg het verdere proces, en let op waar hobbels opduiken. Kijk dan
steeds kritisch naar je tekst. Is de kritiek onzin, of was het verhaal
toch op meerdere manieren uit te leggen? Was het een kwestie van
slecht lezen, of ontbrak er een stap in de redenering? Leer daarvan
voor je volgende stuk.

10 Schakel op tijd een professional in
Niet iedereen schrijft even gemakkelijk. Soms is het daarom heel
verstandig er een tekstschrijver bij te halen. Voor de eindredactie,
om een belangrijk stuk helderder of toegankelijker te maken of omdat
je het al te druk hebt.